Dossier: stoelmassage en de Belastingdienst

Per 1 januari 2022 zijn de fiscale voordelen van stoelmasssage bij bedrijven sterk ingeperkt.


Fiscale voordelen: loonbelasting

Per 1 januari 2022 vallen stoelmassages niet meer per definitie onder de gerichte vrijstelling arbovoorzieningen.
Lees hier het volledige artikel in de Staatscourant van 28 december 2021.

Naar aanleiding hiervan – en in het licht van het eind 2020 door de BvS geïniteerde vooroverleg waarbij de Belastinginspecteur op 4 maart 2021 het standpunt heeft ingenomen dat stoelmassage onder de vrije verstrekking blijft vallen óók als deze wordt uitgevoerd op een tijdstip dat de medewerker en de masseur samen overeenkomen (los van het begrip ‘werktijd’ –  heeft de Beroepsvereniging voor Stoelmasseurs wederom een verzoek tot vooroverleg ingediend naar de Belastingdienst.

De Belastinginspecteur heeft op 28 april 2022 inhoudelijk gereageerd op ons verzoek tot voorvoverleg.
Kort en eenvoudig gezegd geeft de Belastinginspecteur aan dat – gelet op de wetswijziging – er niet snel sprake meer zal zijn van een gerichte (arbo)vrijstelling ten aanzien van stoelmassages. Zij benadrukt dat dat niet wil zeggen dat een stoelmassasge nooit onder een gerichte vrijstelling kan vallen. Omdat beoordeling per individueel geval sterk afhankelijk is van feiten en omstandigheden kan de Belastinginspecteur niet in algemeenheid aangeven wanneer er sprake is van een juiste belangenafweging en wanneer een stoelmassage onder een gerichte vrijstelling kan vallen. 

De volledige inhoudelijke reactie van de Belastinginspecteur lees je hier.
Let op: in het kader van de huidige AVG wet- en regelgeving zijn persoonsgegevens en -kenmerken in deze brief geanonimiseerd.

Werkkostenregeling

Als niet wordt voldaan aan de voorwaarden om de stoelmassage onder de bovenstaande arbovoorzieningen aan te bieden, is er nog de zogenoemde Werkkostenregeling. Met deze regeling kan een bepaald percentage van het totale fiscale loon, de zogeheten vrije ruimte, besteed worden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de medewerkers. De werkkostenregeling is in 2020 verruimd: van 1,7% in 2019 naar 3% in 2020 over de eerste € 400.000.


Fiscale voordelen: omzetbelasting

Citaat van de website van de Belastingdienst: Als u uitgaven doet voor uw onderneming, brengen leveranciers u btw in rekening. Deze btw kunt u aftrekken van de btw die u over uw omzet aan ons betaalt. Dit wordt ‘aftrekken als voorbelasting’ genoemd.

Op een vervolgpagina: Hebt u uitgaven gedaan voor giften en relatiegeschenken of voorzieningen voor uw personeel? Dan kunt u de btw die u hierover betaalt, niet altijd aftrekken als voorbelasting. Dit is het gevolg van het Besluit Uitsluiting Aftrek van voorbelasting (BUA).

Personeelsvoorzieningen
Personeelsvoorzieningen zijn faciliteiten die u aan uw personeel beschikbaar stelt, zoals huisvesting, fitness, ontspanning of loon in natura.

En om meer te weten over de beperkingen ten aanzien van de personeelsvoorzieningenDe btw die u betaalt over uitgaven voor giften, relatiegeschenken en personeelsvoorzieningen, is niet altijd aftrekbaar. Er geldt een drempelbedrag van € 227 (exclusief btw) per ontvanger per boekjaar.

Dat is dus niet zo’n moeilijk sommetje: als de behandeling 15 euro (ex btw) kost, kan de werkgever de btw aftrekken over de eerste 15 behandelingen dat jaar. Voor behandelingen van 20 euro gaat het om de eerste 11 behandelingen per jaar.

In de praktijk zal het lastig zijn om per medewerker aan te geven hoeveel behandelingen hij/zij heeft ontvangen. Verrekening met het totale personeelsbestand ligt dan meer voor de hand. Opdrachtgevers trekken meestal gewoon het hele btw-bedrag af.